vrijdag 31 mei 2013

Wat is factoring?

Factoring is een vorm van bedrijfsfinanciering waarbij je tegelijkertijd je incassozorgen de deur uitdoet. Het principe van factoring is dat je als onderneming je debiteurenportefeuille overdoet aan een extern bedrijf, de “factor” of factormaatschappij. Deze zorgt voor inning van de facturen en biedt je (voor)financiering op basis van de openstaande bedragen, onder aftrek van provisie en tot een bepaald maximum. Je krijgt dus in feite de beschikking over een kredietfaciliteit op basis van je debiteurenportefeuille, terwijl tegelijkertijd de incasso voor je wordt verzorgd.

Factormaatschappijen beschikken over geavanceerde klantinformatiesystemen en beoordelen altijd vooraf de (financiële) betrouwbaarheid van een debiteur. Op basis daarvan wordt besloten of en tot welk bedrag facturen aan deze klant mee worden genomen in de financieringsfaciliteit.

Twee hoofdvormen

Er bestaan twee hoofdvormen van factoring. Allereerst is er de zogenoemde “non-recourse factoring”, ook wel “factoring without recourse” genoemd. Dit is de meest uitgebreide vorm. Kies je voor deze variant, dan draagt de factor zorg voor de debiteurenadministratie en –bewaking, biedt hij een financieringsfaciliteit en neemt hij ook het kredietrisico van je over. Dit laatste betekent dat het voor jou in feite niet uitmaakt of een factuur uiteindelijk voldaan wordt of niet: het risico van niet betalende debiteuren ligt bij de factor.

De tweede hoofdvorm wordt “recourse factoring” genoemd. Ook nu biedt de factor je weer een kredietfaciliteit die is gebaseerd op je debiteurenportefeuille en zorgt hij voor de debiteurenadministratie en –bewaking.

Ander dan bij “non-recourse factoring” blijft het risico van niet betalende debiteuren echter bij jou liggen. Slaagt de factor er niet in een vordering te innen (binnen een vooraf afgesproken periode), dan zal hij voor betaling bij jou aankloppen. Je zult vervolgens zelf moeten proberen om het openstaande bedrag alsnog bij de debiteur te innen. Logischerwijs is “recourse factoring” goedkoper dan “non-recourse factoring”.

Wanneer het overwegen waard?

Factormaatschappijen vinden niet elke onderneming de moeite waard. Meestal eisen ze dat je een minimumomzet hebt van enkele tonnen per jaar (250.000 euro is vaak de ondergrens); sommigen nemen je zelfs niet als klant als je niet minimaal één of meerdere miljoenen per jaar omzet.

Omgekeerd is factoring niet voor elk bedrijf een goede optie. Er bestaat geen simpel regeltje dat je vertelt wanneer factoring wel of niet aantrekkelijk is voor jouw onderneming. In het algemeen kan gesteld worden dat het een interessante optie is om nader te onderzoeken als je bedrijf:

• een snelle groei doormaakt; • een lage solvabiliteit (kleiner dan 20%), maar een positief rendement heeft; • activa heeft die voor meer dan 30% uit handelsvorderingen bestaan; • veel nieuwe of buitenlandse klanten heeft; • een sterke seizoensafhankelijke inkomstenstroom heeft; • een zwaar belaste debiteurenadministratie heeft; • te maken heeft met niet betalende debiteuren en oplopende betalingstermijnen.

Als één of meerdere van deze zaken op jouw bedrijf van toepassing zijn, is het verstandig eens met je bank of accountant te overleggen of factoring in jouw specifieke geval een aantrekkelijke optie is.

Voor- en nadelen

Daarbij moet je in je achterhoofd houden dat er aan factoring zowel voor- als nadelen kleven.

Voordelen zijn onder meer:

• hogere financiering dan bij een traditionele bankkredietfaciliteit;
• flexibele financiering: deze past zich aan het debiteurensaldo aan;
• lager risico: je debiteurenrisico is afgedekt (bij “non-recourse factoring”);
• positievere balansverhoudingen: de debiteuren verdwijnen van de balans;
• je profiteert van de extra kennis en diensten van de factormaatschappij;
• besparing op vaste lasten: je debiteurenadministratie wordt uitbesteed;
• minder administratieve rompslomp: je kunt je meer richten op je “core business”.

Tot de vaak genoemde nadelen van factoring behoren:

• je moet aan derden (de factormaatschappij) inzicht geven in het financiële reilen en zeilen van je onderneming;
• het gebruik van een factor kan sommige klanten afschrikken, omdat ze verwachten dat deze minder soepel zal omgaan met (te) late betaling;
• de directe kosten liggen hoger dan bij een traditionele bankfinanciering (hoewel daar wel een besparing op je administratiekosten tegenover staat);
• de factormaatschappij kan weigeren om facturen aan bepaalde debiteuren mee te nemen in de bevoorschotting.

Kosten

Als vergoeding voor de dienstverlening betaal je gewoonlijk een provisie aan de factormaatschappij. Het kan gaan om een vast bedrag per maand of een percentage van de omzet. In het laatste geval moet je gewoonlijk denken aan ergens tussen de circa 0,5% en 2%.

Het exacte provisiebedrag of –percentage hangt af van diverse factoren, zoals de precieze werkzaamheden, het aantal facturen, het gemiddelde factuurbedrag en de hoeveelheid debiteuren.

Daarnaast brengt de factor je rente in rekening over het opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Deze is vergelijkbaar met de rentevergoeding die banken vragen op een rekening-courantkrediet.

Bekijk nu een video waar factoring nog eens haarfijn wordt uitgelegd:


Lees ook:
- Wat is crowdfunding?

Safility BV is in Nederland onafhankelijk intermediair & supplier van Internet Communicatie Software. Vanaf ultimo november 2013 komt dit ook beschikbaar in het Nederlands. Meer weten? Klik hier om de gratis software te downloaden. Probeer deze software gedurende 7 dagen uit zonder enige verplichting.

donderdag 30 mei 2013

Mentale blokkades bij videomarketing

In de relatief korte tijd dat meer bedrijven en mensen weet hebben van videomarketing is er de nodige ervaring opgedaan.
In het begin werd gedacht: “dat moet iedereen toch willen, zo’n filmpje”. De klanten zullen toestromen, met bosjes tegelijk. Aangezien iedere zzp'er en MKB'er inziet dat mensen (lees: ook hun klanten) minder lezen maar wel tijd besteden aan het bekijken van korte filmpjes moet dat toch gaan lukken.
Niets is minder waar gebleken. Althans, ze komen wel maar niet bij honderden.
Nu weten we inmiddels wel waarom.

De meeste mensen twijfelen helemaal niet aan het nut van video marketing. Ze snappen dat een goed filmpje over hun diensten enorm zal bijdragen aan de naamsbekendheid.Het levert een effectieve call to action op.
Zij die videomarketing succesvol toepassen beamen dit vrijwel meteen.
Maar het gaat om die massa, waar moet die nog van overtuigd worden?

Welnu…het antwoord blijkt drieledig:
1. Ze denken dat hun verhaal niet uniek genoeg is;
2. Ze denken dat ze niet in staat zijn om dit een beetje fris voor een camera te vertellen;
3. Ze hebben onvoldoende idee hoe je zo’n filmpje strategisch kunt inzetten en voor je kunt laten werken.

Let op: maak niet de fout om te zeggen dat het gemakkelijk is. Een video opname te maken.
Er komt aardig wat voor kijken om een kwalitatief goede video te maken.
Kijk, dat veel mensen, vooral vrouwen, structureel ontevreden zijn over hoe ze op foto’s en video’ staan, daar gaat natuurlijk een levenslange psychologische opbouw aan vooraf.
Dit wordt ook wel genoemd “mindfuck’s”. Anderen beschrijven dit als mentale blokkades. Die ontstaan gedurende een mensenleven en nestelen zich vast in de onderstroom van ons bewustzijn.

Lees ook:
- Videomarketing en webwinkel software zorgt voor meer omzet

Safility BV is in Nederland onafhankelijk intermediair & supplier van Internet Communicatie Software. Vanaf ultimo november 2013 komt dit ook beschikbaar in het Nederlands. Meer weten? Klik hier om de gratis software te downloaden. Probeer deze software gedurende 7 dagen uit zonder enige verplichting.
- Drie manieren om met video marketing te beginnen

Virtual live shopping Dé nieuwe hype voor winkeliers?

Het kopen via internet is ‘booming’ Wij zien dat aan de steeds verder stijgende aantallen kopers op het internet. Het surfen, klikken en kopen vanuit de luie stoel is langzaam gemeengoed geworden.

Online betalen via iDeal, credit card of paypal is slechts een fluitje van een cent en binnen een dag staat de bezorger voor de deur. Shoppen vanuit huis verdringt steeds meer het aloude shoppen in de stad. Vooral op het gebied van aanbod, snelheid, gemak en flexibiliteit is de webshop oppermachtig. Het gevolg: lege panden in de eens zo volgepakte promenades en winkelcentra. Winkeliers in Nederland houden vaak een slecht lopende winkel nog open, hoewel dat op rationele gronden niet meer verstandig is.

Is er dan geen oplossing denkbaar? Gaat internet maar verder en verder totdat alle kleine winkels het niet meer volhouden? Gloort er nog enige hoop aan de horizon? Ja, ondernemers/ winkeliers met een fysieke winkel. Er gloort hoop! Lees verder....

Persoonlijk contact
Moeilijk? Een ding is zeker, met afwachten en alleen de website verbeteren kom je er niet.

Innovatie, heroverwegen van je traditionele business model én nieuwe innovaties zijn nodig om de vuurspuwende internetdraak te bestrijden. Nieuwe toepassingen van technologische (software) ontwikkelingen bieden de eerste oplossing.

Er liggen serieuze “nieuwe” kansen. Als ondernemer of winkelier heeft U veel sterke kanten ten opzichte van de webshop. Allereerst het persoonlijk contact. Dat is en blijft belangrijk, zeker als het gaat om adviesgevoelige producten. Klanten willen graag weten of ze er goed aan doen om een product te kopen. Klanten zoeken naar klanten reviews op het web en willen een bevestiging of ze er goed aan doen om hun geld bij U uit te geven. U als specialist in uw vak, U met al uw ervaring en kennis van de markt, U kunt de klant uitstekend adviseren en met hem/haar meedenken. Dat kan een webshop niet. Persoonlijk contact is ook van belang voor het verlenen van service en garantie. Maar ook voor het gevoel of de klant er goed aan doet om uw product te kopen. Maar hoe komt u dan in contact met die klant? Zeker als u weet dat internet steeds meer aantrekkingskracht heeft en hij/zij daar actief is.

De winkelier als spil in de gouden combinatie?
Neem de proef op de som om de combinatie uit te werken waarbij uw traditionele winkel het ‘ nieuwe’ kleren passen, op maat adviseren, het kopen van de toekomst wordt. Want dat is vanaf nu mogelijk!

Ja? Ja, serieus… we hebben het niet over kopen van een kilo suiker, sokken of een CD. Nee, we doelen op adviesgevoelige, wat duurdere producten. Wat daaronder valt, of wat wel en niet duur is, dat kunt u zelf het beste invullen.

Hoe? Hoe krijgen we die internet kopers weer of eerder in uw winkel? De klant proberen weg te halen op internet is onbegonnen werk. Dat gaat niet lukken want op de pc, laptop, tablet of smartphone hebben we alle aanbod ter wereld binnen een klik. De sleutel is de combinatie van enerzijds U als vakman of vakvrouw en anderzijds de kracht en schaalbaarheid van het internet met slimme internet technologie.

Elke zichzelf respecterende winkel heeft een webshop of misschien zelfs meerdere. Deze websites moeten (deels) interactieve webshops worden. Uw (nieuwe) website moet het dynamische voorportaal worden van uw feitelijke winkel. Op uw website start het live verkoopproces van en communicatie met uw klanten. Dit alles via een uitgewerkt en slim “virtual live shopping” model. Uw winkel wordt het verlengstuk van uw website in plaats van andersom. Uw website wordt een webwinkel waar je live aanwezig bent. Waar de klant live advies krijgt door uw persoonlijk contactpersoon. Uw kracht als persoon en de kracht van internet in één oplossing. Met live product (video) presentaties en advies via internet! On demand klaar staan voor uw (internet)klanten. Een gouden team is geboren. Dat lijkt mij wel wat, zult u denken, maar hoe ga ik dat dan organiseren?

Virtual shopping
Het heeft geen zin om de ideeën over ‘virtual live shopping’ hier nu helemaal uit de doeken te doen. Maar een ding is zeker: de winkel van de toekomst is voor veel kopers een twee stappen plan.

Stap 1. is de live informatie en advies fase op het internet. Daarbij bent u als ondernemer/winkelier live op internet aanwezig met voorlichting, lopende webcam en een één op één advies. Klantwensen, klantvragen, klantvoorkeuren…..overdag of zelfs ’s avonds, u regelt het allemaal op afstand. En wie weet zelfs tot aan de koop toe.

Stap 2. De klant is bij u in de winkel. Daar krijgt de internet shopper (u kent ze dan al), indien nodig, nog een laatste persoonlijk advies alvorens de koop rond is (denk aan het kopen van kleding/ TV/ Piano of auto).

Uw contact in de pré verkoopfase (stap 1) op het internet, gecombineerd met het bezoek van de eerder door U geïnformeerde ‘web’- klant in uw winkel is de gouden formule.

Eén aanpak. Gecombineerd met acties en misschien met een wat kleinere winkelruimte in de toekomst. De scenario’s zijn uitgewerkt. Alle middelen om het te doen liggen nu binnen handbereik en de software is er klaar voor. ‘Virtual live shopping’ wordt een hype, of zoals het tegenwoordig heet: “trending topic”.

Zet nu de eerste stap! Stuur een mail naar safility@gmail.com Laat U verder voorlichten Klik hier voor een online live demonstratie.
Vervolgens krijgt U de software 14 dagen gratis ter beschikking om zelf uit te proberen. U zult versteld staan van de gebruiksvriendelijkheid.
Dit uiteraard allemaal vrijblijvend zonder enige verplichting.

Lees ook " Videomarketing- en webwinkelsoftware zorgt voor meer omzet"

Safility BV is in Nederland onafhankelijk intermediair & supplier van Internet Communicatie Software. Vanaf ultimo november 2013 komt dit ook beschikbaar in het Nederlands. Meer weten? Klik hier om de gratis software te downloaden. Probeer deze software gedurende 7 dagen uit zonder enige verplichting.



woensdag 29 mei 2013

Wat is Crowdfunding ?


Crowdfunding is een alternatieve wijze om een project te financieren. Om een project te financieren gaan ondernemers in de meeste gevallen naar de bank om een kredietaanvraag te doen en zo startkapitaal te verkrijgen. Crowdfunding verloopt echter zonder financiële intermediairs, maar zorgt voor direct contact tussen investeerders en ondernemers.

Crowdfunding gaat in principe als volgt: Een ondernemer wil een project starten, maar heeft onvoldoende startkapitaal. Om dit kapitaal te verwerven biedt hij of zij het project aan op een platform op Internet en vermeldt het benodigde bedrag erbij. Op deze manier kan iedereen via deze website investeren in het project. Het idee erachter is dat veel particulieren een klein bedrag investeren en dat deze kleine investeringen bij elkaar het project volledig financieren. Dit in tegenstelling tot bankkredieten en grootinvesteerders waarbij er sprake is van slechts één of enkele investeerders die een groot bedrag inbrengen. Deze kleine investeerders noemt men the crowd het Engelse woord voor de mensenmassa.

Op sommige crowdfunding websites gaat het geïnvesteerde geld niet direct naar het project, de ondernemer ontvangt het geld pas als (ten minste) 100% van het bedrag binnen is. Indien deze 100% niet wordt behaald krijgen de investeerders hun geld terug of worden toegezegde investeringen niet geïncasseerd.

Er bestaan geen speciale vergunningen voor crowdfundingbedrijven. Vandaar dat veel platforms ervoor kiezen om het model om de wet heen te bouwen.

Wanneer vallen platforms onder de Wet op het financieel toezicht? Beurswaakhond AFM stelde eerder deze maand in een speciale publicatie over crowdfunding vast dat deze platforms meer zijn dan ‘een prikbord of een ontmoetingsplaats van vraag en aanbod. Er wordt een scala aan diensten aangeboden aan zowel geldgevers als geldnemers om tot een succesvolle financiering te komen’. De beloning kan oplopen tot 5% van de geldsom. Zijn de platforms daarmee vergunningplichtig? Worden er leningen aan ondernemers verstrekt, dan is er een ontheffing nodig. Is er (ook) sprake van consumentenkredieten, dan moet er een vergunning worden aangevraagd. Verhandelbare aandelen en obligaties beschouwt de AFM als effecten; het ontvangen en doorgeven van orders daarin is een beleggingsdienst, aldus de toezichthouder, en dat is verboden zonder vergunning.

Sommige platforms bundelen de micro-investeerders in een coöperatie, waar ze vervolgens lid van worden. Een lidmaatschapsrecht kan intern worden aangeboden, ook buiten de groep als de ledenraad daarmee akkoord gaat. ‘Het is een investeringsvehikel met zeggenschap.

Heel veel mensen denken: hoe moeilijk kan het zijn om aandelen te verkopen? Maar platforms beten zich stuk op de regelgeving en kwamen uit op een structuur die acceptabel is voor de toezichthouder. Geen aandelen, maar contracten of een tussenvehikel. Je komt altijd ergens tussen deze twee vormen uit. Voor mensen die crowdfunding gewoon leuk vinden, is het niet erg. Maar mensen die het als belegging zien moeten goed kijken: wat hebben ze nu eigenlijk gekocht?’In dit verband wordt wel gesproken van ‘quasi-equity’ ofwel bijna-aandelen.

Juriste Szilvia Nagy werkt voor advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek en schreef haar afstudeerscriptie over quasi-equity. De opzet van de platforms in quasi-equity is heel divers. Er zijn waardebewijzen, een soort van overeenkomst tussen ondernemers en beleggers. Soms wordt er in de voorwaarden gezet dat je pas een winstuitkering krijgt als een bepaalde omzetgrens is bereikt. Of dat na vijf jaar het recht daarop vervalt. Dan is er dus het risico dat je helemaal niets krijgt. En het verkopen van je aandeel is soms beperkt, en soms zelfs helemaal uitgesloten. Dan ben je eigenlijk aan het doneren.’ Volgens Nagy kunnen de lidmaatschappen van coöperaties ‘onder omstandigheden’ als effecten worden gezien, en ‘zouden ze onder financieel toezicht moeten vallen’. ‘Maar het is niet zo eenvoudig om aan een vergunning te komen. Je moet een bepaald eigen vermogen hebben, de bestuurders moeten voldoen aan deskundigheidseisen, de communicatie naar beleggers wordt getoetst.’ Dat veel platforms nu onder de radar van de toezichthouder opereren wil niet zeggen dat beleggers vogelvrij zijn.

Nagy: ‘De Wet oneerlijke handelspraktijken biedt een vangnet voor het geval de informatievoorziening aan de beleggers tekortschiet. Dit geldt voor alle vormen, zowel equity- als quasi-equity-crowdfunding, dus of je nou een effect krijgt of slechts een overeenkomst aangaat.’ Maar voor crowdfunding schiet deze bescherming tekort, meent de juriste. ‘Het is een papieren tijger, omdat beleggers hier waarschijnlijk toch geen gebruik van zullen maken. Een civielrechtelijke procedure wegens schending van deze informatieplichten zal meer kosten dan een gemiddelde belegger via crowdfunding zal investeren.

Bronnen: AFM, Wikipedia, Advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek

Safility BV is in Nederland onafhankelijk intermediair & supplier van Internet Communicatie Software. Vanaf ultimo november 2013 komt dit ook beschikbaar in het Nederlands. Meer weten? Klik hier om de gratis software te downloaden. Probeer deze software gedurende 7 dagen uit zonder enige verplichting.

dinsdag 28 mei 2013

Minimumloon per 1 juli 2013 omhoog

Per 1 juli 2013 stijgen de brutobedragen van het wettelijk minimumloon. De werkgever is verplicht om minimaal dit minimumloon uit te betalen aan haar werknemers. Bovendien schrijft de Belastingdienst voor dat het wettelijk minimumloon op de loonstrook vermeld moet worden.

Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2013:
• € 1.477,80 per maand • € 341,05 per week • € 68,21 per dag.

De minimumjeugdlonen voor 15 t/m 22 jaar zijn een aflopend percentage (staffeling) van deze bedragen. De hoogte van het brutominimumloon hangt dus af van de leeftijd van de werknemer. De bedragen van het minimumloon worden ieder jaar op 1 januari en 1 juli aangepast aan de ontwikkeling van de gemiddelde cao-lonen in Nederland.

Minimumloon verplicht
Het wettelijk minimumloon beschermt werknemers tegen onderbetaling. De Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) controleert of werkgevers zich aan de wettelijke normen houden. Wanneer de werkgever zich niet aan het minimumloon houdt, loopt zij het risico van hoge boetes. Let op! Op dit moment ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer, waarin is geregeld dat straks ook mensen die werken op basis van een opdrachtovereenkomst onder het wettelijk minimumloon gaan vallen. Het wetsvoorstel is niet van toepassing op zzp´ers, omdat zij voor de arbeidsmarkt worden gezien als ondernemer.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken