
Eigen woning als pensioenbuffer
Als de voortekenen niet bedriegen zullen gepensioneerden nog wel even kunnen wachten tot hun pensioen weer wordt geïndexeerd. Niet leuk, maar velen zullen zich nu realiseren dat er meer dan drie pijlers beschikbaar zijn voor een financieel goed verzorgde oudedag.
Mijn human capital (parttime en flexibel doorwerken) is de vierde pijler en mijn eigen vermogen, inclusief de overwaarde van mijn woning, is de vijfde pijler. De woning kan en zal de komende tijd worden ingezet voor een onbezorgde oude dag. Tot nu toe was daar geen aanleiding voor. Het pensioen was zeker en toeslagverlening leek een onvoorwaardelijk recht. En zo was de nalatenschap verzekerd voor de kinderen.
Gedeeltelijke aflossing
De pret van de eigen woning als pensioenbuffer kan alleen worden verpest als de hypotheek slechts gedeeltelijk is afgelost. Een aflossingvrije hypotheek of een beleggingshypotheek met een te laag beleggingstegoed kan roet in het eten gooien, niet alleen omdat dit de overwaarde drukt maar ook omdat de rente na verloop van dertig jaar niet meer fiscaal aftrekbaar is. Veel Nederlanders blijken op hun oudedag nog steeds een hypotheekschuld te hebben.
Toussaint en Elsinga (ESB van september 2010) deden vergelijkend Europees onderzoek naar de eigen woning als pensioenvoorziening. De onderzoekers beschrijven drie mogelijkheden om de woning als pensioenvoorziening te gebruiken.
1. een huis met een afgeloste hypotheek betekent lagere woonlasten;
2. de woning verkopen en goedkoper gaan wonen of gaan huren;
3. een opeethypotheek sluiten, waarbij de rente op de hoofdsom wordt bijgeschreven op de lening die bij verkoop of overlijden wordt afgelost.
In landen waar het pensioeninkomen lager is, blijkt dat de woning vaker als financiële buffer wordt beschouwd en is men eerder bereid om het huis te verkopen en goedkoper te gaan wonen.
Opeethypotheek
Uit het onderzoek blijkt dat de opeethypotheek een pensioenvorm is die in de EU zo goed als niet voorkomt. Dit zou wel eens kunnen veranderen nu pensioenuitkeringen lager worden dan verwacht en toeslagverlening toch geen onvoorwaardelijk recht blijkt te zijn. Want zeg nu zelf, wat is belangrijker: een oudedag zonder financiële zorgen of een financieel goed verzorgde nalatenschap?
Bron: FD/Gerry Dietvorst
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Koopkracht van pensioeneuro’s gaat stilletjes onderuit
Groot is de verontwaardiging nu op de pensioenen gekort dreigt te worden. Vergeten lijkt dat de inflatie allang flink aan de koopkracht van pensioeneuro’s knaagt. De pensioenfondsen komen gemiddeld dertig procent tekort op de balans om een koopkrachtgarantie te kunnen bieden. Indexeren voor inflatie kan alleen nog door aanzienlijke risico’s te nemen. Dat zou de pensioenuitkering weer minder zeker maken.
Pensioenuitkeringen houden inflatie niet bij
Het eerste wat de crisis blootlegt, is de aloude geldillusie. Mensen ervaren een daling van hun pensioen in euro’s anders dan een vermindering van de koopkracht door inflatie. De effecten van inflatie mogen echter niet worden onderschat. Als de inflatie tien jaar lang elk jaar 2 procent bedraagt – wat niet bijzonder laag is – is 100 euro vandaag na die tien jaar nog maar 82 euro waard. Bij 3 procent inflatie blijft er zelfs minder dan 75 euro van over. Dat de meeste mensen last hebben van geldillusie verklaart waarom uitblijvende indexaties van pensioenen maar weinig mensen lijken te deren, terwijl iedereen ongerust wordt nu de pensioenen mogelijk gekort moeten worden.
Geldillusie wordt in de hand gewerkt door de terminologie die in de pensioenwereld vaak gebruikt wordt. Neem het begrip nominale garantie: zo’n garantie klinkt geruststellend, maar is het helemaal niet. De belofte van een gegarandeerd pensioen in euro’s zegt immers niets over de koopkracht ervan – en dat is toch waar het om draait. Veel mensen vinden het vervelend geen garantie te krijgen. Denken dat je er een hebt, terwijl die feitelijk niet de zekerheid levert die je ervan verwacht, is echter veel vervelender.
De focus op nominale zekerheid is zo sterk, dat zelfs veel deskundigen er nauwelijks oog voor lijken te hebben dat veel pensioenfondsen al geruime tijd veel te weinig op de balans hebben om überhaupt reële zekerheid te kunnen bieden. Gemiddeld genomen komen zij inmiddels meer dan 30 procent tekort. Zij hebben weliswaar de ambitie om te indexeren, maar de kans om die ambitie waar te maken, bestaat alleen nog door aanzienlijke risico’s te nemen. De kans wordt echter steeds groter dat indexaties ook in de toekomst niet voldoende zullen zijn om de inflatie bij te houden. De meeste mensen lijken zich er nauwelijks zorgen over te maken. Pas nu een korting op de pensioenen in euro’s dreigt, is Leiden in last.
Selectief winkelen
Naast geldillusie legt de pensioencrisis ook een ander psychologisch verschijnsel bloot: mensen horen wat ze graag willen horen. Politici, vakbondsleiders en pensioenbobo’s maken er dankbaar gebruik van om niet met het water voor de dokter te hoeven komen. Sterker nog: zij lijken zich er zelf ook beter bij te voelen. Niets menselijks is hun vreemd. Maar al te graag klampen zij zich vast aan de hoop dat aandelenprijzen zich wel weer zullen herstellen en dat de rente niet zo laag zal blijven als nu. Selectief winkelen in de historie helpt dan. Als je maar een jaar of twintig terugkijkt, is de huidige rente inderdaad ‘historisch laag’. Als je wat langer terugkijkt, ziet het beeld er echter heel anders uit.
Ook op andere manieren wordt op sentimenten ingespeeld. Zo wordt de hoop op een hogere rente onder meer onderbouwd met de stelling dat markten niet altijd goede voorspellers zijn.
Die stelling doet het goed in het huidige tijdgewricht. Dat uit allerlei onderzoek blijkt dat de kans dat ‘deskundigen’ beter voorspellen slechts klein is, wordt daarbij liever vergeten. En als het slechte nieuws eenmaal verteld is, probeert men er vanaf te komen door de brenger ervan ‘dood te schieten’. Amper twee maanden geleden kreeg DNB uit allerlei hoeken, waaronder zelfs de Tweede Kamer, het verwijt niet snel genoeg te hebben ingegrepen bij DSB. Na de aankondiging van twee weken geleden dat pensioenen mogelijk gekort moeten worden, domineert echter het verwijt dat DNB onnodige onrust creëert, veel te snel ingrijpt en eigenlijk zelfs een groter probleem is dan de pensioencrisis zelf. De Tweede Kamer komt zelfs terug van reces en praat vervolgens meer over de communicatie dan over de problemen op zich.
Irrationaliteit en onwetendheid
Dat deskundigheid niet altijd helpt om irrationaliteit tegen te gaan, zagen wij hierboven al. Wij zien het ook in het pleidooi om pensioenfondsen te laten rekenen met een hogere rente, zodat hun dekkingsgraad stijgt en er niet hoeft te worden afgestempeld. Een hogere rekenrente is alleen verantwoord als je hogere rendementen verwacht. Dan moet je echter niet vergeten dat je daarvoor risico’s moet nemen. Als je de financiering van pensioenen riskanter maakt, moet je accepteren dat de pensioenen zelf onzekerder worden. Met andere woorden dat pensioenen omlaag moeten als het tegenzit. De pleidooien voor een hogere rekenrente zijn echter juist ingegeven door het verzet daartegen. Het motto zou moeten zijn: ‘hope for the best, prepare for the worst’. Helaas blijft het bij het eerste.
Zolang de irrationaliteit en de onwetendheid (of is het gewoon ontkenning?) niet onder ogen worden gezien en de tering niet naar de nering wordt gezet, worden de risico’s die wij lopen elke dag groter en worden de kansen op herstel elke dag kleiner. De kruik gaat zo lang te water tot zij barst.
Bron: Dit artikel is op 7 september 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice.
- Lees ook: 'Hogere levensverwachting maakt pensioen duurder' ....
- Lees ook: 'Pensioen afstempelen wat betekent dat voor jou' ....
- Lees ook: 'Miljarden uit pensioenpotten gehaald' ....
- Lees ook: 'Pensioencrisis in 2012, de analyse' ....
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Uw rechten bij langer doorwerken
Mensen moeten langer doorwerken. De overheid hoopt dat u het beeld voor u ziet van een vitale oudere die stralend bij zijn oude bedrijf of elders aan de slag gaat na pensionering. Dat optimisme is lang niet voor iedereen weggelegd. Veel mensen zullen simpelweg aan de slag moeten blijven voor het geld. Wat betekent dat voor u?
De gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gaan, is sinds 2000 gestegen van 60 naar 62 jaar. Het begin is er, of u nu voorstander bent van langer doorwerken of niet.
Hoe kunnen 65-plussers weer aan de slag? Ze kunnen bij hun oude bedrijf blijven werken, bij een andere werkgever gaan werken, via een uitzender aan de slag of zelfstandige worden.
Daarnaast heeft u in sommige gevallen, als u inkomsten krijgt uit dienstverband, recht op de zogeheten doorwerkbonus, ofwel nieuwe heffingskorting die per 1 januari 2009 is ingegaan.
Doorwerkbonus
U krijgt de doorwerkbonus als u aan een aantal voorwaarden voldoet. De oudere moet in of vóór 1947 zijn geboren en in 2009 meer dan 8859 euro aan inkomsten uit werk hebben gehad.
De doorwerkbonus krijgt u automatisch als u aangifte hebt gedaan voor de inkomstenbelasting. Het is ook mogelijk een voorlopige aanslag te vragen voor de doorwerkbonus. Mensen die geen aangifte hebben gedaan, maar wel recht hebben op de doorwerkbonus, gaat de belastingdienst eind van dit jaar hierop attenderen middels een brief.
Om mensen te stimuleren door te blijven werken tot in elk geval hun 65ste jaar, loopt de hoogte van de doorwerkbonus op naarmate u dichterbij de leeftijd van 65 jaar komt. De hoogte van de doorwerkbonus hangt af van de leeftijd die de betrokkene bij het begin van het kalenderjaar heeft. In het jaar waarin iemand 65 jaar wordt neemt de bonus weer af, omdat in dat jaar het doel al wordt bereikt: het doorwerken tot het 65ste jaar.
Wilt u meer weten over de doorwerkbonus, dan kunt u hier klikken.
Geen premies afdragen
Voor ouderen die na hun pensioen doorwerken is er nog meer fiscaal voordeel. U hoeft geen premies meer af te dragen zoals de werkloosheids (ww)- en arbeidsongeschiktheidspremies (wia).
Dat klinkt mooi, maar als u na uw 65ste werkloos raakt of arbeidsongeschikt, krijgt u geen ww of wia-uitkering. Wel kan iemand de werkgever aansprakelijk stellen als gedurende de werktijd een 65-plusser een duim verliest omdat hij tussen een stansmachine komt. Maar ja, dat zal snel een rechtsgang worden en daar wordt niemand vrolijk van.
Anders ligt het bij het doorbetalen bij ziekte. Het doorbetalen van het loon bij ziekte is sinds enkele jaren een verplichting van de werkgever en wordt niet meer door de overheid betaald. Het is dus geen sociale verzekering meer. Werkt u via een uitzender of bent u in dienst van uw oude bedrijf, dan moet uw werkgever u wel bij ziekte uitbetalen.
Ontslagbescherming
En ook de regels rond ontslagbescherming zijn op u van toepassing. ”De ontslagbescherming is opgenomen in het wetboek”, zegt mr. Henny van den Hurk van het Tilburgse Gommer & Partners Pensioen Advocaten. ”Die regels gelden dus ook voor iemand van 65 jaar en ouder.” Zo verwacht Van den Hurk ook dat zieke doorwerkers verplicht moeten reïntegreren. Daarbij moet worden opgemerkt dat zulke gevallen niet zo vaak zullen voorkomen.
Als een 65-plusser na pensionering gaat werken in de metaalbranche, zal ook de cao in die branche op de oudere van toepassing zijn. ”Is er geen cao, dan zal de gepensioneerde zelf moeten onderhandelen met zijn werkgever.”
Een werkgever die een 65-plusser een arbeidscontract voor bepaalde tijd aanbiedt, is ook gehouden aan de regels voor verlenging van arbeidscontracten. Dat betekent dat de werkgever het contract maximaal drie keer mag verlengen (binnen een periode van 36 maanden). Daarna moet de oudere een vast contract krijgen.
Doorwerkcao
Om de huiver van veel werkgevers gepensioneerden in dienst te nemen, weg te nemen, is de zogeheten doorwerkcao in het leven geroepen. Deze cao biedt ook meer rechten voor de gepensioneerde werknemer.
De doorwerkcao is een initiatief van Stichting Senior Werkt, samen met de Vereniging voor Doorwerkgevers en vakbond LBV. Gepensioneerden treden in dienst bij Doorwerkgever, een bedrijf dat de mensen vervolgens onder de arbeidsvoorwaarden van de doorwerkcao bij andere ondernemingen detacheert.
In de doorwerkcao mag een werkgever het arbeidscontract, dat een periode van drie maanden beslaat, onbeperkt verlengen. Die bepaling moet werkgevers over de streep trekken gepensioneerden in dienst te nemen.
Krijgt de 65-plusser bij arbeidsongeschiktheid geen geld uitgekeerd, in de doorwerkcao is bijvoorbeeld opgenomen dat de werknemer gedurende de looptijd van het contract wel recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (85% van het brutoloon)
Er zijn nog maar weinig werkgevers die gebruik maken van de doorwerkcao. Het gaat om zo’n 100 bedrijven en 1000 doorwerknemers. Hoeveel doorwerknemers er in totaal zijn, weet het Centraal Bureau voor de Statistiek niet, maar het zijn er in ieder geval minstens 25.000.
Connexxion Taxi Services (CTS) is één van de bedrijven die de doorwerkcao hanteert. Waarom? Volgens CTS zijn oudere werknemers ”zeer waardevol” voor het vervoer van met name kinderen die net een beetje extra structuur nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze adhd hebben of gehandicapt zijn. Het is dan van belang dat er niet bij elke rit een andere chauffeur achter het stuur zit.
Daarnaast is het bijna onmogelijk om werknemers na hun 65ste nog te verzekeren, aldus Connexxion Taxi Services. ”Mensen vinden het belangrijk dat ze verzekerd zijn. We passen de doorwerkcao toe bovenop onze eigen arbeidsvoorwaarden. De werknemers zijn blij dat zij arbeidsvoorwaarden hebben die specifiek op hen van toepassing zijn”.
De doorwerknemers van CTS verdienen evenveel als wanneer zij in loondienst zouden zijn, aldus het bedrijf. ”Dit is ook zo bepaald in de doorwerkcao. Daarnaast verdienen zij persoonlijk misschien wel meer. Zij hebben tenslotte inkomsten uit aow, eventueel aanvullend pensioen en inkomsten uit werk”, laat het bedrijf in een reactie weten.
Automatisch ontslag
In de meeste arbeidsovereenkomsten of cao’s zal, als de oudere de leeftijd van 65 jaar heeft gehaald, een bepaling zijn opgenomen waarin staat dat op die leeftijd automatisch ontslag volgt.
Maar dat geldt niet voor alle overeenkomsten. U kunt dan onderhandelen met de werkgever, maar als u per se wilt blijven, en uw werkgever wil dat u met pensioen gaat, zult u naar alle waarschijnlijk bij de rechter aan het kortste eind trekken. ”De Hoge Raad heeft eerder bepaald dat een leeftijd van 65 jaar wel een normale leeftijd is om met pensioen te gaan”.
Werkgevers en werknemers moeten wel opletten hoe zij het doorwerken het beste vorm kunnen geven. Volgens arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen van het gelijknamige advocatenkantoor in Utrecht loopt de huidige arbeidswetgeving namelijk achter bij wat er in de maatschappij gebeurt.
”De overheid wil graag dat mensen langer doorwerken, laat haar dan ook de wet aanpassen”, zegt hij.
Hij doelt op de zogeheten Ragetlie-regel. In die zaak stelde de rechter dat een werknemer zijn ontslagbescherming niet verliest als hij er (onder druk) mee instemt dat zijn vaste arbeidscontract wordt omgezet in een tijdelijk contract. Normaal gesproken loopt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd automatisch af, maar als er sprake is van een dergelijke omzetting heeft de werkgever ontslagtoestemming nodig van het UWV Werkbedrijf of de kantonrechter.
”De gedachte van de werkgever was om zo werknemers te beschermen, maar die werkt in de praktijk voor mensen die na hun 65ste willen doorwerken, onhandig uit”.
Als de werknemer drie maanden en een dag lang thuis zit en vervolgens weer bij zijn baas gaat werken, kunnen werknemer en werkgever volgens de wet wel weer een contract voor bepaalde tijd sluiten dat automatisch afloopt.
Volgens Van Gelderen kan de Ragetlie-regel opzij worden gezet als het arbeidscontract door de werknemer van tevoren schriftelijk is opgezegd of als het vaste contract wordt ontbonden door de rechter.
Maar, ”de overheid zou de wetgeving natuurlijk gewoon moeten aanpassen en vastleggen dat de Ragetlie-regel niet geldt bij tijdelijke contracten die worden aangegaan na de pensioendatum”.
Steeds meer mensen in de leeftijd van 65 tot 70 jaar blijven werken. In 2001 waren er 639.000 mensen in die leeftijdsgroep van wie er 37.000 bleven werken, aldus cijfers van het CBS. Dit komt overeen met 6%. In 2009 verdubbelde dit percentage naar 12%. Toen werkten 91.000 van de 756.000 mensen die met pensioen gingen, door. De groep van 91.000 bestaat uit zowel werknemers als zelfstandigen.
Bron: DFT-geld
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Zijn pensioenfondsen goedkoper dan zelf voor je pensioen sparen?
Een ‘verplicht pensioen is een prima idee’, maar dat ‘voor wat meer vrijheid goede argumenten zijn’.
Iedereen die zich verdiept in het Amerikaanse pensioensysteem (alles zelf doen), weet dat dit geen optie is. Wat dat betreft is ons collectieve pensioensysteem een zegen. Het is ook gemakkelijk, zeker in de uitkeringsfase. Immers een pensioenfonds betaalt het pensioen uit tot het overlijden en als je het allemaal zelf moet doen, dan zul je goed moeten rekenen of het overlijdensrisico gaan verzekeren.
Maar het collectieve kan wel een tandje minder, zeker voor mensen die een hoog inkomen hebben. Gelukkig zie je steeds meer pensioenfondsen die overgaan tot het ‘beschikbare premiestelsel’ en de consument een keuze geven.
Want er bestaan ook veel fabeltjes, ingefluisterd door pensioenbestuurders die hun eigen baan proberen te verdedigen.
In de eerste plaats de kennis over beleggen bij de pensioenfondsen. Net zoals het geval is bij beleggingsadviseurs, er zijn goede en slechte, maar hoe weet je dat? Het is wel altijd opvallend dat pensioenfondsen hun aandelen gaan verkopen als de beurs er slecht bij ligt (want dan dalen de dekkingsgraden). Grappig is dat die beleggingsattitude altijd aan particulieren wordt toegedicht.
Het tweede punt is dat pensioenfondsen goedkoper zouden kunnen beleggen. Ik waag dat te betwijfelen. De pensioenfondsen hebben voor het beleggen een apparaat nodig dat geld kost en sommige pensioenfondsen kiezen voor een actief beleggingsbeleid, terwijl het alom bekend is dat veel handelen ten koste gaat van het rendement.
Zelf beleggen is goedkoop, heel goedkoop. Laten we het maar even op een rijtje zetten:
Een rekening openen kost niets. Het storten van geld op de rekening kost niets. Het geld 15 jaar blokkeren (zodat je er niet aan kan komen) kost niets. Transacties, hoe klein dan ook, kunnen worden gedaan voor 0,5% en voor het beheer wordt 0,6% tot 1% per jaar gerekend. Dat is niet veel.
Maar het zou nog veel goedkoper kunnen. Transacties hoeven niet meer dan 0,1% te kosten en als consumenten bereid zijn zelf te beleggen (simpel hoor: koop trackers en je doet precies hetzelfde als een pensioenfonds; zorg ervoor dat je richting uitkeringsdatum switch van aandelen naar obligaties) dan is een jaarlijkse beheervergoeding ook niet nodig.
Het is wellicht provocerend, maar wel waar. Het wachten is op aanbieders van het product.
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Econoom Nijman: hogere levensverwachting maakt pensioen duurder
Actuarissen hebben nieuwe prognoses gemaakt voor de levensverwachting. Die zijn accuraat en vormen een extra belasting voor pensioenfondsen, stelt hoogleraar Theo Nijman.
Het Actuarieel Genootschap (AG) heeft nieuwe cijfers voor de levensverwachting bekend gemaakt, waarmee pensioenfondsen moeten rekenen.
Conclusie is dat de levensverwachting voor zowel mannen als vrouwen stijgt en dat er sind 2001 sprake is van een trendbreuk.
Langer leven, duurder pensioen
De actuarissen hebben externe deskundigen gevraagd te kijken naar hun bevindingen, waaronder de Tilburgse hoogleraar Theo Nijman.
Nijman bevestigt de conclusies voor het AG. De hogere levensverwachting zorgt ervoor dat het oudersdomspensioen duurder wordt en heeft een negatief effect op de zogenoemde dekkingsgraad van pensioenfondsen van vijf tot zeven procent.
Nijman stelt dat het idee dat pensioen opbouwen risicoloos kan, moet worden verlaten.
Kijk en luister video econoom Nijman:
Bron:Z24
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Aantal manieren om je pensioen te redden
Voor gepensioneerden is het bitter moeilijk om nog iets te doen aan het pensioen. Maar wie nog jong is kan wel degelijk maatregelen nemen om de oude dag betaalbaar te houden.
Afstempelen, niet indexeren, dekkingstekort, mislukte herstelplannen – de ellende is groot in pensioenland. Wie nu nog denkt dat het automatisch wel goed komt met het inkomen na pensionering, moet wel in een nieuwsvrij Utopia wonen.
Nederland is wakker geschud en weet: het pensioen is onzeker. Hoogste tijd om de volgende stap te zetten en in actie te komen. Bijvoorbeeld door zelf aan de slag te gaan met de persoonlijke pensioenspaarpot
Hoe zit dat precies en wat kun je nog meer doen. Hier zeven wegen uit het pensioenmoeras:
1. Pleeg een coup op het pensioenfonds
Als je het niet eens bent met het beleggingsbeleid van je pensioenfonds, omdat men daar bijvoorbeeld teveel risico neemt, of juist te weinig, doe daar dan iets aan. Meld je bijvoorbeeld aan voor de deelnemersraad. Ieder pensioenfonds is verplicht er een te hebben. Is het moeilijk om in dit bolwerk van oude mannen te infiltreren? Integendeel, de fondsen smachten naar vers bloed. Ben je jong of vrouw, of – nog beter – allebei, dan word je met open armen ontvangen.
Eenmaal binnen kun je het beleid beïnvloeden en de beslissingen over afstempelen, indexeren en premieverhogingen proberen te sturen. Blijft pensioenfondsbestuur rare sprongen maken? Dan sleep je ze voor de ondernemingskamer.
2. Stem met je voeten
Als het niet via de deelnemersraad lukt, loop dan over naar een ander fonds waar je wel vertrouwen in hebt. Dat is niet eenvoudig in Nederland, waar de stalinistische pensioenregels van Nederland voorschrijven dat iedere werknemer verplicht bij zijn eigen beroeps-, bedrijfs- of bedrijfstakpensioenfonds is aangesloten.
Om van fonds te veranderen, moet je dus ook van werkgever, en vaak zelfs van bedrijfstak veranderen. Vraag naar de dekkingsgraad van het pensioenfonds voordat je je handtekening onder een nieuw arbeidscontract zet. Je kunt ook op zoek gaan naar een bedrijfstak zonder pensioenregeling, waar de werkgever (meestal) meebetaalt aan een commerciële pensioenverzekering. Dan blijf je de baas over je de pensioenpot.
3. Word ondernemer
Nog onafhankelijker word je door afstand te nemen van het leven als werknemer en een eigen bedrijf te beginnen. Bijna alle ondernemers (er zijn een paar uitzonderingen, zoals zelfstandige artsen), mogen zelf weten hoeveel ze sparen en hoe ze hun geld beleggen. Je bent baas over je eigen pensioen, met alle lusten (vrijheid) en lasten (beleggingsverlies) van dien.
Ondernemers mogen jaarlijks twaalf procent van de bruto winst belastingvriendelijk sparen voor de oude dag. Die pensioenreserve mag het eigen vermogen niet overstijgen, en die reserve moet je na pensionering omzetten in een lijfrente.
Overigens verplicht de fiscus je niet om de als pensioenreserve geboekte bedragen daadwerkelijk te sparen. Je kunt het geld ook direct verbrassen. Maar na je pensionering komt de belastingdienst wel langs om belasting te heffen over de fictieve pensioenpot. Dat is de prijs van vrijheid. Als je geen zelfdiscipline hebt, moet je er niet aan beginnen.
4. Stort extra in je pensioenpot
Het is bij veel pensioenfondsen mogelijk: vrijwillig bijsparen voor een hogere pensioenuitkering later. Terwijl het fonds je toekomstig inkomen afstempelt, stort jij het verschil snel weer bij. Dat kan ook buiten het pensioenfonds om. Bijvoorbeeld via de levensloopregeling, waarin je jaarlijks tot twaalf procent van je inkomen opzij kunt zetten om later je pensioen mee aan te vullen.
Wie een pensioengat heeft - en wie heeft dat niet?- kan ook belastingvriendelijk sparen op een speciale pensioenrekening bij bank of verzekeraar. Ook beleggen is via die weg mogelijk. Het zal alleen lastig zijn om een bank of verzekeraar te vinden die hierbij geen hoge kosten in rekening brengt, en zo jouw belastingvoordeel handig in de eigen zak laat glijden.
5. Ga saai sparen
Vergeet het belastingvoordeel, en hou het simpel. Zet iedere maand wat geld op een spaarrekening, of koop iedere maand wat aandelen en obligaties (wel spreiden, natuurlijk). Dat moet dan uit je netto loon, maar is wel zo overzichtelijk, zeker als je het automatisch door de bank laat doen.
Gewoon geld sparen om straks van te leven is zo logisch dat je het bijna zou vergeten.
6. Los je hypotheek af.
Wie een schuld heeft kan er ook voor kiezen om die af te lossen. Alle Nederlanders samen hebben een hypotheekschuld van ruim 610 miljard euro. Nu aflossen betekent lagere rentelasten later. Ja, je loopt dan over je hele leven gemeten wat renteaftrek mis, maar toch kan het een uiterst doeltreffende manier zijn om je maandlasten na je pensionering te verminderen. Dan is dat afgestempelde pensioen ook niet meer zo’n ramp.
7. Ga niet met pensioen
Kan het nog simpeler? Jazeker. Wie lang blijft werken heeft aan een lager pensioenvermogen toch genoeg. Wees er vroeg bij en begin al rond je veertigste na te denken over een tweede carrière in een beroep dat lang vol te houden is. Wie fysiek werk heeft laat zich op tijd bijscholen. Wie veel stress heeft op het werk, zoekt een rustiger beroep. Het kost misschien wat inkomen, maar dat betaalt zich later terug.
Bron:Z24
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Pensioen afstempelen: wat betekent dat voor jou?
Nederlandse pensioenfondsen staan onder druk om uitkeringen te verlagen. Hoe gaat dat precies en wat valt eraan te doen?
Minister Donner van Sociale Zaken en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) gooiden deze week de knuppel in het hoenderhok: de financiële situatie van zeker veertien Nederlandse pensioenfondsen is zo sterk verslechterd, dat een korting op de uitkeringen noodzakelijk kan zijn.
In eerste instantie zou dit zo'n 150 duizend gepensioneerden treffen, maar vrijdag 20 augustus bleek dat DNB achttien fondsen in het vizier heeft, waaronder ook het pensioenfonds PME voor de metaalsector. Dat bedient in z'n eentje al 150 duizend gepensioneerden en heeft een vermogen heeft van zo'n 20 miljard euro.
Pensioenkorting
Kern van het probleem is dat de geschatte toekomstige uitkeringsverplichtingen van pensioenfondsen te veel uit de pas zijn gaan lopen met het vermogen, en inschattingen over het beleggingsrendement dat daarmee behaald kan worden.
Versterking van de pensioenbuffers kan in principe op drie manieren plaatsvinden. Door werknemers extra premie te laten storten in de pensioenkas, door uitkeringen aan gepensioneerden en de opbouw voor werkenden niet automatisch te laten meestijgen met de lonen, en als laatste: door regelrecht te korten op de pensioenuiteringen.
Gepensioneerden moeten zo'n korting rechtstreeks incasseren. Als de pensioenuitkering wordt beperkt - in jargon 'afstempelen' - kunnen ze zich daar niet tegen indekken.
Opbouw werknemer
Maar ook voor werknemers die deelnemen aan een pensioenregeling, kan afstempelen grote gevolgen hebben. Dat zit zo.
Bij veel pensioenregelingen wordt een voorwaardelijke toezegging gedaan. Die luidt bijvoorbeeld: op je 65ste krijg je een uitkering van 70 procent van het gemiddeld verdiende loon. Wat betekent dat?
Stel: het gemiddelde brutoloon is 40 duizend euro. Zeventig procent daarvan is 28 duizend euro. Dit bedrag is echter niet het eindstation. Pensioenfondsen houden ook nog rekening met de toekomstige AOW-uitkering, en hanteren hiervoor een aftrek, de zogenoemde 'franchise'.
Is de franchise tienduizend euro, dan zegt het pensioenfonds van de werkgever eigenlijk: wij proberen jaarlijkse een bedrag van 28 duizend minus tienduizend euro, ofwel 18 duizend euro uit te keren als je 65 wordt - hopelijk in waardevaste vorm.
Afstempelen
Hoe werkt het afstempelen dan? Op het moment dat een pensioenfonds de uitkering voor gepensioneerden verlaagt, ligt het voor de hand ook de toezegging voor werknemers te beperken. Bedragen die de afgelopen week rondzongen, repten van kortingen van één tot veertien procent.
Bij een korting van zeven procent, komt dit in het bovenstaande voorbeeld voor de werknemer neer op een bedrag van circa tweeduizend euro. Dat wil zeggen:: de opbouw voor een jaarlijkse uitkering van tweeduizend euro vanaf je 65ste wordt geschrapt.
Herstel of zelf sparen?
Wat valt daaraan te doen? Ben je een rasoptimist, dan kun je erop gokken dat de financiële situatie van het pensioenfonds over een paar jaar zozeer is verbeterd - bijvoorbeeld door mooie beleggingswinsten - dat het fonds in staat is om de oude toezegging van 70 procent van je loon als pensioen alsnog gestand te doen.
Wie daar niet op vertrouwt, moet afhankelijk van de hoogte van de korting, bepalen of hij het erg vindt dat het pensioen wat kariger uitvalt. Zo ja, dan moet de werknemer zelf aan de slag met een persoonlijke pensioenpot.
Een gat van tweeduizend euro betekent bijvoorbeeld dat je bij een vrije pensioenopbouw in belastingbox III, een bedrag van ongeveer 67 duizend euro nodig hebt, dat jaarlijks een schoon rendement van drie procent oplevert - dus na aftrek van de de vermogensheffing van 1,2 procent in box III en rekening houdend met de inflatie.
Als pensioenfondsen gaan korten op de uitkeringen, moeten werknemers dus net zo goed opletten als de ouderen.
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Miljarden uit potten voor pensioenen gehaald
De malaise bij pensioenfondsen had voorkomen kunnen worden bij beter beleid van overheid en toezichthouder.
De gecumuleerde performance van Nederlandse pensioenfondsen in de jaren ’90 bedroeg een riante 285%. Buffers en dekkingsgraden hadden zo hoog kunnen oplopen, dat iedere storm op financiële markten gemakkelijk getrotseerd had kunnen worden.
De gemiddelde dekkingsraad bedroeg 230 in 1990 en had tot ver boven 350 kunnen oplopen, maar daalde naar 198 eind 1999.
Volgens mijn berekening zijn pensioenfondsen in de jaren ’90 voor € 212 mrd ‘geplunderd’. Wat men ‘overschotten’ noemde werd teruggestort naar de sponsor en bovendien moest gedwongen premiereductie worden toegestaan. Er was toen een negatief saldo tussen premies en uitkeringen van € 31 mrd. Deze druk kwam niet alleen van bedrijven die de premies moesten betalen, maar ook van de overheid die dreigde met het wegbelasten van de pensioenreserves via de Brede Herwaardering.
Reserves vloeiden terug naar sponsors en werknemers kregen verbeterde regelingen en lagere of geen premiebijdragen. Vut-regelingen werden vervangen door kapitaalgedekte pensioenen. Werknemers konden met 62 jaar al de norm van 70% van het laatstverdiende loon bereiken. Als besloten werd langer door te werken, werd een niveau boven 100% van het laatstverdiende loon gerealiseerd. Er is potverteerd, waardoor de fondsen nu onvoldoende vet op de botten hebben.
Er is in de jaren ’90, ultiem sterke beursjaren, onverantwoord huisgehouden met pensioenreserves. Overheid en toezichthouder hebben de plundering geëntameerd en zijn daarom medeverantwoordelijk.
DNB stelt dat pensioenfondsen te veel risico hebben genomen in hun beleggingsbeleid. Dat is juist, maar de oorzaak daarvan ligt niet primair bij fondsbestuurders. De toezichthouder dacht in de jaren ’90 dat rendementen van aandelen op lange termijn de dekkingsgraad overeind zouden houden en had er geen bezwaar tegen dat de beleggingsmix voor de helft uit aandelen bestond.
Pensioenbestuurders zijn foutief geadviseerd door zogenaamde Asset-Liability Managementstudies, die op basis van de toen hoge rendementen een steeds hoger percentage aandelen voorschreven. Deze destructieve studies vonden plaats op instigatie van de toezichthouder.
Pensioenfondsen zijn een soort bedrijf, met pensioen als product. Start met het weer gezond maken van balansen en verlies-en winstrekeningen. En laat ieder fonds bezien wat de mogelijkheden en risicotoleranties zijn.
Bron: ingezonden brief Frits Bosch
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Sociale ramp dreigt vanaf 2012
De ‘vroege babyboomers’ vlak na de tweede wereldoorlog in 1945 geboren, worden vanaf 2010 65 jaar en gaan met pensioen.
Het aantal 65-plussers is nu 2,5 miljoen. Als de ’vroege babyboomers’ uittreden zullen het
aantal 65-plussers in 2020 aangroeien tot meer dan 3,3 miljoen. Daartegenover staan 9,9 miljoen mensen tussen de 20 en 64 jaar.
In 2040, als ook de generatie ’late babyboomers zullen zijn uitgetreden, zijn er 4,5 miljoen 65-plussers in Nederland. De beroepsbevolking bestaat dan uit 9,2 miljoen mensen. Er zijn in 2040 dus maar twee keer zoveel werkenden als gepensioneerden. Nu zijn dat er nog vier keer zoveel.
Volgens het Centraal Planbureau (CPB) kan de verwachte toekomstige staatsschuld wel vijf keer zo groot worden als de huidige staatsschuld.
Omdat de babyboomers met pensioen gaan moeten er bovendien enorme hoeveelheden aandelen verkocht worden. Dan is het aanbod van aandelen op de beurs zo groot dat de prijs van aandelen sterk zal dalen.
Om de pensioenen te kunnen blijven betalen, zijn de pensioenpremies inmiddels al verhoogd. Bestaande pensioenen ondergebracht in (bedrijfstak-)pensioenfondsen zullen (verder) gekort worden.
Conclusie:
Vanaf 2012 komt Europa in een pensioencrisis die zijn weerga niet kent. Aanleiding is een combinatie van babyboomers die met pensioen gaan en de vergrijzing die dan manifest wordt.
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
- FINANCE: Lees verder: 'de analyse'...
- FINANCE: lees ook 'nog grotere 2e zeepbel in de maak' …

Het ontstaan van een pensioencrisis
Het is misschien nog een beetje vroeg om nu al aan je pensioen te denken. Maar zodra je een baan hebt begin je al te sparen voor je oude dag. Ongeveer twintig procent van je inkomen gaat daarin zitten. Dus je werkt eerst op maandag voor je pensioen, en pas vanaf dinsdag voor je directe uitgaven...
In Nederland krijgen de meeste mensen naast hun AOW ook pensioen van een pensioenfonds. Welk fonds dat is, hangt af van waar ze gewerkt hebben. Er zijn heel grote fondsen die honderden miljarden euro's aan beleggingen hebben, maar er zijn ook kleine fondsen. De fondsen staan onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB). DNB is de waakhond die ervoor moet zorgen dat de pensioenrechten gegarandeerd zijn, niet alleen nu maar ook nog over vijftig jaar.
Wat je krijgt voor de pensioenpremie die je betaalt is een toezegging van het fonds dat ze je, vanaf het moment dat je met pensioen gaat tot aan je overlijden, een bepaald bedrag per jaar zullen betalen. Die pensioentoezegging wordt elk jaar opgehoogd om rekening te houden met prijsstijgingen; dat wordt indexatie genoemd. Maar als het slecht gaat met de beleggingen, dan wordt er geen indexatie gegeven. Ook de mensen die al met pensioen zijn krijgen dan geen aanpassing aan gestegen prijzen.
In veel andere landen bestaan geen pensioenfondsen. Bijvoorbeeld in de USA hebben werknemers ieder individueel een pensioenrekening waar ze verplicht geld op moeten storten. Over de manier waarop dit geld belegd wordt kunnen ze zelf een besluit nemen. Als het met die beleggingen slecht afloopt, dan dragen ze zelf ook de gevolgen. In Nederland zijn de risico's meer gespreid; dat wordt intergenerationele solidariteit genoemd.
Welke vragen roept dit op?
1. Stel dat je werkt van je 25e tot je 65e, en dat je ieder jaar een bepaald percentage van je inkomen opzij zet als pensioenvoorziening. Stel dat je dit geld belegt met een rendement van 5 procent; dus als je 1000 euro opzijlegt heb je na een jaar 1050 euro, na twee jaar 1102,50 euro (rente op rente), enzovoorts. Stel dat je 85 jaar oud wordt. Wat moet het percentage zijn dat je ieder jaar opzij zet, om in de twintig jaar na je pensioen jaarlijks een bedrag te kunnen opmaken dat 70 procent is van het inkomen dat je tijdens je werkende leven hebt verdiend? Ga er voor de eenvoud van uit dat dit inkomen konstant is.
2. De vorige vraag is in feite een berekening van een pensioenpremie, maar er zitten nogal wat vereenvoudigingen in de veronderstellingen. Je kunt bijvoorbeeld ook rekening houden met de inflatie. Zeg bijvoorbeeld dat het leven gemiddeld twee procent per jaar duurder wordt. Je inkomen zal meestal tijdens je leven niet konstant zijn maar een stijgende lijn vertonen; neem bv. aan dat het inkomen lineair stijgt tijdens de werkende periode. Bekijk de varianten waarbij het pensioen wordt genomen als 70 procent van het laatst verdiende loon, of als 70 procent van het gemiddeld verdiende loon.
3. De pensioenpremie is in de meeste gevallen een vast percentage van je inkomen; of je nu 30 of 60 bent, je betaalt hezelfde percentage. Sommige pensioenfondsen denken erover na om dit principe te doorbreken. Reken eens uit (bijvoorbeeld in het model van vraag 1) hoe hoog de premie moet zijn die je betaalt vanaf 35 tot 65, als je ervan uitgaat dat je de eerste tien jaar geen premie betaalt. Lijkt dit alternatief je aantrekkelijk?
4. Je kunt ook berekenen hoe de pensioenpremie verandert als je een rendement veronderstelt van 8 procent in plaats van 5 procent, of wanneer het rendement maar 2 procent is. En wat gebeurt er met de premie als je ervan uitgaat dat je 90 jaar oud wordt, in plaats van 85? En wat als de pensioengerechtigde leeftijd wordt verhoogd tot 68 jaar? Je kunt een paar grafieken maken waarin duidelijk wordt gemaakt hoe de pensioenpremie afhangt van deze variabelen.
5. Risicovrije beleggingen halen geen hoge rendementen; daarom hebben de meeste fondsen een mix van risicovrije en risicodragende beleggingen. Het gevolg is wel dat de rendementen per jaar kunnen verschillen. Als het slecht gaat met de beleggingen, dan zal het fonds geen indexatie geven, maar de pensioen-toezeggingen die al eerder zijn gedaan moeten wel worden nagekomen. Reken eens een paar scenario's door waarin rendementen een tijdlang laag zijn (bv. -5%, dus van 1000 euro beleggingen is na een jaar nog maar 950 over) en dan weer een tijd lang hoog (bv. 15%). Hoe werkt de intergenerationele solidariteit? Zijn er sommige generaties die er bekaaid vanaf komen?
- FINANCE: Lees verder: 'de analyse'...
- FINANCE: lees ook 'nog grotere 2e zeepbel in de maak' …
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
Waardeoverdracht pensioen, moet je dat doen?
Is het slim om pensioenrechten die je hebt van je vorige werkgever over te hevelen naar je nieuwe pensioenfonds? Soms wel, soms niet. Een nadere toelichting:
Moet ik al mijn pensioenrechten overhevelen naar mijn nieuwe pensioenfonds?
Als je wisselt van werkgever heb je recht op waardeoverdracht. Als jij wilt dat de pensioenwaarde wordt overgedragen van een oude pensioenuitvoerder naar je nieuwe pensioenuitvoerder, zijn de werkgevers en pensioenuitvoerders wettelijk verplicht daaraan mee te werken.
Hiervoor geldt één uitzondering, die nu wel heel actueel is. Veel pensioenfondsen mogen nu in verband met de tekortsituatie geen overdracht plegen. Dit is vastgelegd in de wet.
Bij iedere andere gelegenheid, ook nu, kun je altijd het verzoek indienen tot waardeoverdracht.
Waardeoverdracht verstandig?
Vroeger, toen bijna iedereen nog een eindloonregeling had, was waardeoverdracht noodzakelijk om je pensioenbreuk zoveel mogelijk te beperken. Tegenwoordig hebben veel werknemers een middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen (indexatie).
Hierbij is vooral van belang hoe de toeslagverlening is geregeld. Het is vrij gebruikelijk dat de aanspraken van de werknemers die nog pensioen opbouwen worden verhoogd met een looninflatie.
Inflatie
De pensioenen van de ex-werknemers en van de gepensioneerden worden dan verhoogd met een prijsinflatie. De looninflatie ligt gemiddeld genomen hoger dan de prijsinflatie, dus dat zou voor overdracht pleiten. De overgedragen aanspraken worden namelijk gezien als aanspraken van een nog actieve werknemer. Deze toeslagsystematiek wordt echter niet in alle gevallen toegepast, dus dat is al een eerste aandachtspunt.
Er is echter nog een complicerende factor die zeker nu actueel is. Van belang is namelijk ook wat er qua toeslagverlening verwacht kan worden.
Een indexatie op basis van prijsinflatie met een hoge zekerheid kan wel eens meer waard zijn dan een indexatie op basis van looninflatie met een lagere zekerheid. En juist die zekerheid staat met de huidige financiële situatie bij veel pensioenfondsen onder druk.
Veel fondsen hebben een zogenaamd herstelplan bij De Nederlandsche Bank moeten inleveren. De meest voorkomende herstelmaatregel in die plannen is het niet, of in sterk verminderde mate verlenen van toeslagen. En dat vaak voor een lange reeks van jaren.
Tot slot nog een niet onbelangrijke kanttekening. Er wordt nu heel sterk gekeken naar de toeslagverlening door pensioenfondsen. Vergeet echter niet dat er nog steeds veel rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen zijn, waarbij geen enkele vorm van toeslagverlening plaatsvindt. Ook in geval van een beschikbare premie of zogenaamde defined contribution regeling dien je goed te bekijken of overdracht wel verstandig is.
Kortom, informatie inwinnen is erg belangrijk. Een eenduidig antwoord is niet te geven. Om de informatieverschaffing eenvoudiger te maken is door de politiek het toeslagenlabel bedacht. Door de financiële crisis is invoering hiervan echter op de lange baan geschoven.
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
Pensioenwereld schudt door toetreding rivalen
Nederland wordt de komende jaren overspoeld door een nieuw soort pensioenvehikels. Het gaat om zogenoemde premiepensioeninstellingen (PPI), waarin de ingelegde premie weliswaar vaststaat maar de toekomstige uitkering onzeker is.
De Tweede Kamer gaf onlangs groen licht voor deze noviteit in de pensioenwereld, die is ingegeven door Europese regelgeving. Broker BinckBank en verzekeraar Delta Lloyd hadden dinsdag in ons land de primeur met de oprichting van BeFrank. Maar volgens deskundigen zullen tientallen andere partijen hun voorbeeld snel volgen.
Vooral buitenlandse partijen staan te springen om de Nederlandse pensioenmarkt te bestormen. De aankondiging van BinckBank en Delta Lloyd wordt in de Nederlandse pensioenmarkt verrassend genoemd. „Dat zit niet zozeer in de aankondiging op zich, als wel in de timing”, zegt pensioendeskundige Tim Burggraaf van adviesbureau Mercer. De Eerste Kamer moet zich nog buigen over het voorstel.
Burggraaf: „Over het algemeen wordt verwacht dat de PPI de eindstreep wel zal halen, maar er kunnen natuurlijk altijd nog wijzigingen komen. De bekendmaking is wat prematuur, maar marketingtechnisch gezien erg slim.”
Want langs de zijlijn lopen veel meer banken en verzekeraars zich warm om een PPI te starten. Dit vehikel, in het leven geroepen door de Europese Unie, moet de concurrentie aangaan met bestaande pensioenfondsen en verzekeraars. Het is de bedoeling een aantrekkelijk alternatief te vormen voor werkgevers.
Een PPI moet namelijk de kosten voor ondernemers verlagen, omdat het vehikel slechts het beheer van de ingelegde pensioenpremies, de beleggingen en de administratie op zich neemt. Een werkgever kan zelf kiezen bij welke partij hij risico’s op arbeidsongeschiktheid en overlijden afdekt. Met de nodige kostenvoordelen als gevolg.
Burggraaf: „In dit licht is het interessant dat ook buitenlandse partijen de Nederlandse markt mogen betreden. In vergelijking met andere landen is het kostenniveau van verzekeraars en pensioenfondsen in ons land hoog. Spelers uit bijvoorbeeld Engeland zijn qua omvang veel groter en kunnen meer schaalvoordelen behalen, wat zich vertaalt in lagere kosten. Voor werkgevers een welkome aanvulling op het huidige aanbod.”
Pensioendeskundige Theo Gommer (Akkermans & Partners) wijst op de voordelen voor werkgevers om over te stappen naar een PPI. „Ten opzichte van bestaande verzekeraars zit dat vooral in de lagere kosten. Maar ook werkgevers die nog een bedrijfspensioenfonds hebben, zullen met interesse kijken naar het nieuwe vehikel. De eisen die vanuit de toezichthouder worden opgelegd aan een PPI, zijn een stuk minder stringent. Ook hoeft er minder geregeld te worden als het gaat om inspraak van deelnemers.”
Voor werknemers lijkt de omschakeling op het eerste gezicht nadelig. Waar zij nu nog sparen voor een pensioen waarbij de uitkering is gegarandeerd, is bij een PPI de omvang van de pensioenpot afhankelijk van de beleggingsopbrengsten. Gommer noemt dit echter een schijnzekerheid. „Bij een pensioenfonds is het bedrag dat je krijgt als je stopt met werken net zo min goudgerand. Als het fonds in zwaar weer verkeert, zal er worden afgezien van indexatie en in het slechtste geval minder pensioen worden uitgekeerd. Of je het nu leuk vindt of niet, de hele pensioenwereld ontwikkelt zich naar een systeem van defined contribution .”
Werknemers moeten de winst zoeken in meer transparantie over de ontwikkeling van hun oudedagsvoorziening. Ook kunnen zij, bij het bereiken van de pensioenleeftijd, zelf bepalen welke verzekeraar hun pensioen uitkeert. Bovendien kan een werkgever niet zomaar zijn pensioenfonds verruilen voor een PPI. Hier is toestemming voor nodig van de vakbonden of de ondernemingsraad.
Navraag bij verschillende partijen maakt vooral duidelijk dat ze hun kaarten vooralsnog op de borst houden. Ze wachten eerst het besluit van de Eerst Kamer af, voordat ze hun eigen PPI wereldkundig maken. Alleen Brand New Day, dat zich tot nu nog alleen richt op particulieren, wilde bevestigen bezig te zijn met het oprichten van een PPI.
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
Advies: partnerpensioen veiligstellen
(AFN) - De Stichting van de Arbeid, waarin vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers met elkaar overleggen, wil voorkomen dat problemen ontstaan rond partnerpensioen, als een werknemer van baan verandert. In een advies aan minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) wordt uiteengezet hoe de pensioenuitvoerders verlies van partnerpensioen kunnen voorkomen.
Het overstappen naar een nieuwe werkgever met een andere pensioenregeling kan risico's opleveren voor het partnerpensioen, als waardeoverdracht naar het nieuwe pensioenfonds niet kan plaatsvinden. Dat laatste was vorig jaar volop het geval. Door de economische crisis kwamen de meeste pensioenfondsen onder een dekkingsgraad van 100 en dan staat de Pensioenwet de waardeoverdracht niet toe.
De Stichting van de Arbeid wil nu bij beëindiging van een dienstverband een ,,standaardomruil'' invoeren, waarbij een deel van het ouderdomspensioen wordt omgezet in partnerpensioen, maar dit gaat niet door als de deelnemer zelf daartegen bezwaar heeft.
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.

Pensioencrisis in 2012, de vervolganalyse:
In het eerste deel van de pensioenanalyse werd al gemeld dat de pensioenpremies voor de werkenden zijn verhoogd. Nu blijkt dat werknemers vanaf 56 jaar ook gaan meebetalen aan de ingrepen in de pensioenvoorzieningen. Zij ontvangen op hun 65ste een lagere pensioenuitkering dan waarvoor zij nu rechten opbouwen.
Dat is volgens deskundigen uit de pensioensector een tot nu toe onderbelicht gebleven gevolg van het vrijdag jl. overeengekomen pensioenakkoord tussen werkgevers en werknemers. Zij spreken van 'niets meer dan een bezuinigingsmaatregel' voor 56-plussers.
'Dit wordt niet met zoveel woorden gezegd omdat het gevoelig ligt, vooral bij de achterban van de vakcentrale FNV', zegt een actuaris, die niet met zijn naam in de publiciteit wil.
Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat oudere werknemers werden ontzien in het akkoord. Daarin hebben werkgevers en vakbeweging afgesproken dat de AOW-leeftijd in 2020 kan worden opgekrikt tot 66 jaar.
Bezuiniging
De bezuiniging wordt veroorzaakt doordat de fondsen volgens het akkoord al vanaf volgend jaar nieuwe pensioenrechten toekennen op basis van een rekenleeftijd van 66 jaar. Voor een 56-jarige die over negen jaar met pensioen gaat en rekent op een jaarlijks pensioen van euro 30.000 betekent dit een blijvende korting van euro 540 per jaar. Een 60-jarige moet over vijf jaar euro 300 per jaar inleveren.
Volgens de deskundigen zou iemand die nu 56 jaar is op grond van het vrijdag gesloten akkoord in feite 65 jaar en 3 maanden moeten werken om zijn pensioenopbouw gelijk te houden. Dat mag hij niet, omdat in veel cao's is afgesproken dat hij op zijn 65ste verjaardag automatisch ontslagen wordt. Dit leeftijdsontslag is gekoppeld aan de AOW-leeftijd die de sociale partners in 2020 naar 66 jaar willen laten gaan. Een werkgever kan iemand tot die tijd zonder opgaaf van reden op zijn 65ste ontslaan.
Verlies repareren
FNV-onderhandelaar Chris Driessen zegt dat er wel degelijk ruimte is om het verlies voor 56-plussers te repareren. De snelle ophoging van de rekenleeftijd naar 66 jaar levert volgens hem een grotere besparing op dan nodig is. 'Een deel ervan wordt benut om de stijging van de levensverwachting te betalen. De rest vloeit terug het stelsel in', aldus Driessen. Hij hoopt dat de fondsen het vrijgekomen geld niet zullen benutten om 'oude gaten' mee te dichten maar voor extra pensioenopbouw.
Sociale partners spraken in hun akkoord af dat dit geld 'in het fonds blijft' en gebruikt kan worden voor indexatie van pensioenuitkeringen, vergroting van de schokbestendigheid van pensioenen of als extra pensioenopbouw.
Zoals in onze eerste analyse al werd gemeld zitten veel fondsen door de turbulentie op de financiële markten weer in financiële nood. Het is derhalve de vraag of dit laatste realistisch is. Deskundigen verwachten dat de Nederlandsche Bank de fondsen geen toestemming geeft om het geld op die manier te besteden.
Referendum
Het akkoord wacht nog op goedkeuring van de achterbannen. De FNV besloot maandag jl. een referendum onder de leden uit te schrijven. Op 14 juli volgt een definitief besluit. Geeft de achterban van de vakcentrales FNV, CNV en MHP toestemming, dan onderhandelen de sociale partners in het najaar over het deels wegnemen van garanties op pensioenrechten. Zo wordt de uiteindelijke pensioenuitkering afhankelijker gemaakt van beleggingsopbrengsten.

Pensioencrisis in 2012, de analyse:
Mensen willen het niet horen, maar de volgende crisis staat alweer voor de deur. In 2012 wordt een pensioencrisis voorspelt die zijn weerga niet kent.
De AOW is met het oog op de vergrijzing niet het enige probleem. Ook het systeem van aanvullende pensioenen dat Nederland heeft, is onhoudbaar.
Pensioenfondsen
Steeds meer pensioenfondsen zitten op een te lage dekkingsgraad. De gemiddelde dekkingsgraad van de zeshonderd Nederlandse pensioenfondsen zakte eind Mei jl. voor het eerst in dertien maanden weer naar 100%. Als je onder de 100% zit, betekent dat eenvoudig dat je geld uitkeert dat je niet hebt. In die situatie dragen premiebetalende werknemers direct een (klein) deel van hun inleg af aan de gepensioneerden die al een uitkering genieten.
Doordat de pensioenfondsen geld uitkeren dat zij niet hebben krijgt het kapitaalgedekte pensioenstelsel steeds meer trekken van het omslagstelsel zoals de AOW. Bij het omslagstelsel betalen de werkenden direct het pensioen van gepensioneerden. Alleen door uitkeringen en rechten te korten, kan deze onevenwichtigheid worden gerepareerd.
Kern probleem en de effecten
Na de Tweede Wereldoorlog is onvoldoende gekeken naar de effecten van internationaal op grote schaal belastingvrij collectief en individueel beleggen en sparen voor pensioen. Er waren veel te weinig beleggingsmogelijkheden voor al het geld dat opzij werd gezet. Gevolg: de pensioenbeleggingen dreven de prijzen van beleggingsproducten op.
Als de enorme hoeveelheden van aandelen weer verkocht worden omdat de ‘babyboomers’ met pensioen gaan, dan is het aanbod van aandelen zo groot dat de prijs verder zal dalen. De pensioenpotjes zullen als gevolg daarvan dus veel leger zijn, dan algemeen wordt aangenomen.
Zorgkosten door vergrijzing
Zoals gemeld zullen werkenden de AOW voor alle ouderen moeten opbrengen. Daarnaast dienen zij bij te dragen aan de stijgende zorgkosten. Dit leidt dit tot een sociale ramp. Tegelijkertijd wordt ook van de jongeren verwacht dat ze voldoende kinderen krijgen om de bevolking niet nog verder te laten krimpen. Dit is onmogelijk, want de jongeren moeten al zoveel betalen dat ze dan geen loon meer overhouden om de kosten van opgroeiende kinderen op te vangen.
Landen met de euro
Ander bijkomend probleem is dat de meeste andere Europese landen geen of nauwelijks een kapitaalgedekt aanvullend pensioensysteem kennen. Zij kennen alleen een omslagstelsel (gelijk aan onze AOW) waarin de werkenden de pensioenkosten van de oudere mensen betalen. In de meeste Europese landen zullen als gevolg van de vergrijzing veel meer ouderen dan jongeren zijn. De jongeren zullen dit niet langer kunnen bekostigen zodat de overheden bij moeten springen. Met als gevolg weer dat de staatsschuld in de Europese landen verder zullen toenemen en als gevolg daar weer van de inflatie.
Omdat de meeste Europese landen dezelfde Euro munt hebben, hebben wij daar in Nederland ook hinder van. Om nog maar te zwijgen van de last die wij zouden kunnen krijgen van het failliet gaan van een Euroland als gevolg hiervan. Kijk maar hoeveel Griekenland ons nu al kost."
Verenigde Staten
In de Verenigde Staten is de situatie niet anders. Daar beleggen mensen sinds 1980 via zogenoemde 401K-regelingen niet alleen massaal voor hun pensioen maar is het ook nog zo dat veel medische ingrepen alleen door de staat vergoed zullen worden als je ouder dan 65 bent. Als het even kan, stellen de mensen in de VS die vlak voor hun pensioen zitten, ingrepen dus uit tot na hun 65ste. Dit zal de overheid zo veel extra geld kosten dat het niet is uitgesloten dat Amerika de rente over zijn leningen niet meer kan betalen. Dit zal in 2012 het geval zijn. Dan zal in de VS evenals in Europa de top van de naoorlogse geboortegolf 65 worden.
Of een Europees land of Amerika als eerste om zal vallen en vervolgens de rest mee zal slepen is lastig om te voorspellen, maar dat er een enorme crisis aan zit te komen, staat wel vast.
Is een crisis nog af te wentelen?
Nee, dat gaat niet meer lukken. Daarvoor is het te laat. De overheden (inclusief politiek) hebben de voorspelbare ‘babyboom’-problematiek altijd maar voor zich uit geschoven en niet tijdig maatregelen genomen op dit tijdig op te vangen. Voor de ‘babyboomers’ zal het een heel onaangename verrassing zijn, dat zij na hun 65-ste minder te besteden krijgen dan gedacht. Voor jongeren zal het even vervelend zijn - een crisis is natuurlijk niet leuk - maar daarna zal het beter worden, omdat op de ontstane puinhopen een nieuw stelsel kan worden opgebouwd.
De vraag waarom je dit geluid zo weinig hoort, is onjuist. "Er zijn zo’n twintig boeken te noemen waarin delen van dit verhaal staan. Boeken als: 'Der Crash kommt' van Max Otte, 'The second Great Depression' van Warren Brussee en 'Quand les autruches prendront leur retraite' van Alain Madelin en Jacques Bichot. Ook besteden de Duitse kranten veel aandacht aan het onderwerp.
In Nederland willen mensen het gewoonweg niet horen. Dit is het gevolg van de visie van de dominante generatie: ‘de babyboomers’. Zij gaan nog altijd uit van groei. In de jaren zestig kon dat ook nog, maar inmiddels niet meer. Europa heeft een geboortecijfer van 1,4. Economische groei op de middellange termijn is dan een illusie."
Bovendien werd onlangs nog door de Nederlandsche Bank (DNB) becijfert dat de pensioencrisis voor de komende jaren voor een extra economische krimp zal zorgen. Dat komt doordat bedrijven vele miljarden euro’s kwijt zullen zijn om bij te betalen aan hun pensioenfondsen.
Bronnen: FD, Z24 & Dft
Lees ook:
- Nog grotere zeepbel in de maak als die tijdens de kredietcrisis
- Overheid verkoopt de ultieme woekerpolis
- AOW en de afschaffing van de partnertoeslag
- Pensioencijfers 2010
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
De ultieme woekerpolis: de vrijwillige inkoop van AOW
Als er één verzekering zonde van het geld is dan is het wel de vrijwillige inkoop van AOW rechtstreeks bij de overheid. Vrijwillig banksparen levert maar liefst vier keer zoveel geld op.
In Nederland bouwt een ingezetene in 50 jaar AOW-rechten op. Een inwoner krijgt voor ieder jaar dat hij tussen zijn 15e en 65e levensjaar in Nederland woont recht op 2% van de totale AOW. Emigratie of (tijdelijke) wonen in het buitenland gaat dus ten koste van de AOW-opbouw. Maar het is mogelijk om bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gemiste jaren bij te kopen.
Een rekenvoorbeeld:
U bent alleenstaand en 45 jaar. U betaalt bij de SVB voor 1 jaar AOW-rechten, oftewel 2 % van de totale opbouw een éénmalig bedrag van bijna 4.800 euro. Hiervoor krijgt U dan vanaf uw 65e jaarlijks ongeveer 250 euro, oftewel 2 %, extra AOW.
Als U nu 4.800 euro op een lijfrente bankspaarrekening stort en dit tegen het huidige tarief van 4,8 % 20 jaar op deposito zet, dan groeit dit bedrag aan tot ca 12.750 euro. Hier zijn verder geen kosten aan verbonden. Dit bedrag is volledig gegarandeerd wat bij de onbetrouwbare overheid (de SVB) nog maar afgewacht moet worden.
Tegen de lage hedendaagse rentestand levert 12.750 euro een levenslange uitkering op van zo’n 1000 euro per jaar. Dat is maar liefst vier keer zo veel als hetgeen de SVB (overheid) biedt.
Bovendien blijft het vermogen bij uw onverhoopt eerder overlijden vóór uw 65-jarige leeftijd volledig in tact. Immers bij banksparen vererft het saldo van de rekening nog naar de erfgenamen.
De investering bij de SVB is bij overlijden vóór de 65-jarige 100 % weggegooid geld!
Daarnaast is het maar zeer de vraag of de AOW straks vanaf 65 jaar wordt uitgekeerd, dit zal vermoedelijk 67 jaar worden. Of misschien zelfs nog later. Dit staat los van de overige maatregelen die de regering straks nog zal nemen om de AOW financierbaar te houden. Daarentegen is de AOW toezegging wel geïndexeerd en een bankspaarrekening niet.
Advies: Per direct stoppen
Verzekeraars en financiële dienstverleners hebben tegenwoordig terecht een verregaande zorgplicht. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt hier namens de overheid toezicht op. Het past de Nederlandse Staat niet om als boven iedere verdenking staande partij een volksverzekering aan te bieden waarvan het overgrote deel van de inleg verdwijnt. Ongetwijfeld is hier geen enkele sprake van kwade trouw, maar de Sociale Verzekeringsbank dient per direct te stoppen met het aanbieden van vrijwillige inkoop van AOW.
Bron: FD selections
Lees ook:
- Aanval op woekerpolissen oogst succes
- Populariteit banksparen neemt snel toe
- AOW en de afschaffing van de partnertoeslag
- Pensioencijfers 2010
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
Wat is er in 2010 verandert op het gebied van banksparen?
Banksparen is populairder dan ooit. Mensen zijn bang geworden voor koopsompolis en de lijfrente en kiezen massaal voor banksparen als veilig fiscaal aftrekbaar alternatief. Banksparen mocht al worden ingezet voor het aflossen van je hypotheek of het opbouwen van extra pensioen. Nieuw in 2010 is dat banksparen nu ook kan worden ingezet om vermogen op te bouwen met je gouden handdruk of ontslagvergoeding.
Op Prinsjesdag werd het Belastingplan 2010 gepresenteerd. Eén van de aanpassingen is dat de wet op banksparen vanaf 2010 is uitgebreid, waardoor je ook een ontslagvergoeding of gouden handdruk als inleg kunt gebruiken voor banksparen.
Tot 2010 was het alleen mogelijk om een ontslagvergoeding of gouden handdruk bij een verzekeraar of een besloten vennootschap onder te brengen. Met de introductie van de bankspaarvariant wordt de keuze van de belastingplichtige ten aanzien van de gouden handdruk uitgebreid.
Je stort de ontslagvergoeding op een stamrecht rekening (een ander woord voor ontslagvergoeding of ontslagpremie) en voorkomt hierdoor dat je voorlopig belasting moet betalen over de gouden handdruk. Ook bouw je vermogen op voor de toekomst, doordat er rente wordt uitgekeerd over de stamrecht spaarrekening.
Onderbrengen van stamrecht (ontslagvergoeding) bij Brand New Day
Sinds kort is het mogelijk de ontslagvergoeding (rechtstreeks) onder te brengen bij Brand New Day (BND). BND biedt hiervoor het ‘stamrecht beleggingsrecht’. U kunt later altijd nog switchen naar een verzekering of een Stamrecht BV.
Bij BND was het al mogelijk fiscaal vriendelijk vermogen op te bouwen voor een aanvullend pensioen of voor de aflossing van je hypotheekschuld. Daarnaast is het mogelijk gewoon vrij vermogen op te bouwen, bijvoorbeeld voor de studie van een kind, een zeilboot of als potje voor later. BND komt bij vergelijkingen regelmatig uit de bus komt als goedkoopste aanbieder voor allerlei producten.
Bij BND is het dus nu ook mogelijk fiscaal vriendelijk te beleggen met een zogenaamd stamrecht beleggingsrecht. Een stamrecht beleggingsrecht is een door werknemer van werkgever ontvangen bedrag ter vervanging van gederfd of te derven loon (veelal een ontslagvergoeding of in de volksmond genoemde gouden handdruk).
Als je bij BND een ‘Gouden Handdruk’ rekening opent kun je alle relevante gegevens invullen. Hierna ontvang je een offerte die je kunt accepteren. Indien je de offerte accepteert en akkoord gaat verzoeken wij om een eenmalig automatische incasso van 1 cent om je te identificeren. BND stuurt een brief naar jouw voormalige werkgever die als vrijwaring dient. Jouw voormalige werkgever zal dan de hoogte van je Gouden Handdruk rechtstreeks storten op een door jou aangemaakte rekening bij BND.
Voorkom belastingheffing bij het uitkeren van de ontslagvergoeding
Een ontslagvergoeding krijgen is mooi, maar als u het gewoon laat storten op uw rekening, betaalt u een groot deel van de gouden handdruk direct aan de belastingdienst. Het kan zijn dat u dan nauwelijks de helft van uw ontslagvergoeding overhoudt. Daarom zijn er allerlei fiscale constructies denkbaar om dit verlies zo veel mogelijk te voorkomen. De bekendste is wel de Stamrecht BV, maar sinds 1 januari 2010 is daar dan de stamrecht rekening bijgekomen.
Copyright (c) 2010 Safility BV
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.
De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
!--more-->
Banksparen oogst succes
Nederlanders stappen massaal over op banksparen omdat het een transparant alternatief is voor een dure pensioenverzekering of spaarhypotheek. Sinds 1 april kunnen ontslagen werknemers met hun bruto ontslagvergoeding ook terecht op een (geblokkeerde) bankspaarrekening en hoeven daarvoor dus geen dure BV meer op te richten. .
Het banksparen werd ruim twee jaar geleden geïntroduceerd. Het parlement was geschrokken van alle verhalen over woekerpolissen en provisiecarrières en wilde meer concurrentie op de markt van spaarhypotheken en levensverzekeringen. Door ze toe te staan bankspaarproducten te ontwikkelen kregen de banken toegang tot deze enorme markt van 7 miljard euro.
Aanvankelijk kwam de spaarvorm maar moeilijk op gang, omdat tussenpersonen bang waren hun aantrekkelijke provisies van de verzekeringen kwijt te raken. Toen de golven negatieve publiciteit over hun torenhoge provisies in het hart van de kredietcrisis, steeds hoger gingen, draaiden ze bij. Inmiddels zijn de provisies van de meeste financiële producten goed zichtbaar, al tonen de meeste klanten er nog maar weinig belangstelling voor.
De kracht van banksparen is dat het een helder product is en een duidelijke structuur heeft: je stort bruto geld op een geblokkeerde rekening, ontvangt daar rente over of gaat er mee beleggen en uiteindelijk volgen er later uitkeringen die wel belast zijn.
Belangrijk voordeel van deze manier van sparen is dat over het opgebouwde kapitaal weinig of zelfs geen vermogensrendementheffing van 1,2 procent betaald hoeft te worden. Bij bankspaarhypotheken is de vrijstelling na 15 jaar 33500 euro en na 20 jaar zelfs 147500 euro. Met het bankspaartegoed lossen deelnemers uiteindelijk in een keer hun hypotheekschuld af.
Met de introductie van de ‘gouden handdrukrekening’ lijkt de opmars van het banksparen niet meer te stuiten. ABN Amro en SNS REAAL en Brandnewday kwamen onlangs met mogelijkheden om een gouden handdruk bruto op een spaarrekening te storten, Rabobank en Delta Lloyd zullen voor de zomer volgen.
Er worden veel meer gouden handdrukken betaald dan de meeste mensen denken. Toen de economie in 2003 een klein dipje vertoonde, kregen 170 000 mensen een vertrekregeling. Vorig jaar lag dat aantal naar schatting boven de 200 000 en ook dit jaar zullen vele tienduizenden mensen naar mogelijkheden zoeken hun handdruk van gemiddeld 30 000 euro zo rendabel mogelijk te plaatsen. Bij SNS is de minimuminleg 5000 euro, bij ABN 10 000 euro. De handdrukken zijn dus lang niet allemaal van goud.
Wat niemand twee jaar geleden verwachtte is wel aan het gebeuren. Het banksparen drukt de verzekeringsproducten in hoog tempo naar de achtergrond. Volgens een onderzoek van de consultant IG&H is al 30 procent van alle hypotheek- en pensioenproducten verkocht op basis van het bankspaarsysteem. De verwachting is dat dat over twee jaar al de helft is.
Voor bank-verzekeraars als SNS REAAL en ING is dit een heel bijzondere ontwikkeling, omdat bank en verzekeringstak meer dan vroeger op de Nederlandse markt elkaars concurrenten zijn geworden. .
Disclaimer
De informatie die op deze website wordt gepubliceerd, is op geen enkele wijze bedoeld als advies, aanbeveling of waardeoordeel en dient niet als zodanig te worden opgevat.De inhoud van de door Safility BV gepubliceerde en samengestelde pagina’s is ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, meningen, verwachtingen en uitkomsten staat Safility BV niet in.
Cijfers 2010
0 reacties:
Een reactie plaatsen